Bob Evers .nl

Recensie

PETER DE ZWAAN
BAKKELIJEN IN EEN BERLIJNSE BIOS
Deel 41 van de Bob Evers-serie.

Bob Evers richting Polen

Door Kolonel Koops

Vlak voor de vierde verjaardag van de Duitse eenwording, eind september 1994, verscheen deel 41 uit de Bob Evers-serie: Bakkeleien in een Berlijnse bios. Het was in die dagen moeilijk de terugblikken in kranten niet te verwarren met de avonturen van onze drie helden. Overal Checkpoint Charlie, Alexanderplatz en Unter den Linden. De Berlijnse bios is het tweede deel van de eerste trilogie die Peter de Zwaan ons voorschotelt. Verleden jaar raakten we al met Schermutselingen bij een zandafgraving op het territorium van de voormalige DDR en begon de speurtocht naar de motorblokken. Volgend jaar zullen we in Polen belanden. Uitgeverij De Eekhoorn kondigt De stripman van Slubice aan als deel 42.

De drie jongens maken pas op de plaats. Bob en Jan komen niet verder dan Berlijn (de zandafgraving van B.40 ligt niet ver zuidwestelijk daarvan) en Arie is even in Frankfurt an der Oder maar keert weer terug naar Berlijn. Deze ruimtelijke stilstand illustreert meteen een van de zwakke punten van het boek: de jongens komen niet veel verder. Kwaadwillender gezegd: er gebeurt niet veel. Een politierechercheur zou dit dossier ontevreden terzijde leggen.

Nu zal het veel lezers van Bob Evers een betrekkelijke zorg zijn wat er precies niet die motorblokken aan de hand is: als er maar mooie avonturen worden beleefd! Als Arie maar slim is, Jan technisch en Bob onverschrokken! Als er maar chocola wordt gegeten, bankbiljetten worden gepeld, auto's vernield en pistolen gestolen!

De vertrouwde (zeg maar: vereiste) ingrediënten zijn voorhanden. En meer dan dat. Het boek opent sterk met het hoofdstuk "Achtervolging in een file". Deze titel geeft al aan dat er iets misgaat. en zo zien we dat graag. Bovendien krijgen we en passant een fraai staaltje Bob Evers-sociologie over het thema: Gedrag van de automobilist in de file (en in het verkeer algemeen). Uiteraard wordt de rit in de Saab gebruikt om Bob en Jan het geforceerde gesprek te laten voeren waarin ze elkaar vertellen wat er in het vorige deel gebeurde; deze klassieke constructie is nodig voor de ongelukkige lezer die B.40 miste. Dan geeft Arie in een nieuw hoofdstuk veel geld uit aan diensten en produkten van geringe waarde en kan het eigenlijke verhaal beginnen.

Kán het verhaal beginnen... Maar het verhaal komt niet goed op gang. Naar mijn smaak gebeurt er net iets te weinig, of gebeurt het net iets te traag, of zijn de evenementen net iets te clean. Het duurt bij voorbeeld veel te lang (tot p. 155) tot de drie jongens gedrieën verenigd zijn. Daarvóór zijn ze bijna steeds alleen, en die solistische acties leiden niet, zoals in de serie gebruikelijk, tot fantastische ontknopingen. Maar misschien zie ik hier iets over het hoofd waarvan we pas in het volgende deel de vruchten zullen plukken.

De Berlijnse bios mist de min of meer intuïtieve chaos van Willy van der Heide. De Zwaans compositie is strakker, maar in dit boek net iets te strak. De documentatie druipt ervan af, en de lezer kan de plattegronden van Berlijn op schoot houden om de verplaatsingen te volgen. Maar er worden een paar namen te veel gedropt en de lezer verlangt naar vage aanduidingen als: "in een verlaten buitenwijk", "op een brede straat", etc. (Bovendien zijn niet alle straatnamen goed gespeld: de in het verhaal niet onbelangrijke Saarbrückenstrasze heet Saarbrücker Straße, en zo zijn er nog een paar.) Neemt niet weg dat bij vlagen een mooie beschrijving ontstaat van het Wilde Oosten van Berlijn in de jaren negentig. Het Oostblok als achtergrond voor een Bob Evers-avontuur vind ik nog steeds een mooie vondst (zeker als er met Makarov-pistolen geschoten wordt).

Juist omdat De Zwaan zo actueel en precies lijkt te schrijven in vergelijking tot zijn voorganger die, meestal in passages waar dat geen kwaad kon, wel eens de Franse slag wilde hanteren, storen onnauwkeurigheden en ongeloofwaardigheden. Ik noem er een paar.

Het volgende deel verschijnt pas in september 1995. De lezers worden niet echt om de oren geslagen met nieuwe titels. Dat is tot daar aan toe, maar waarom is het zo moeilijk een nieuwe Bob Evers te pakken te krijgen? Waarom ligt de nieuwe Suske en Wiske in elke kiosk en zelfs in veel supermarkten in opvallende bakken en moet je voor een nieuwe Bob Evers op kleuterhoogte voor de rekken van V&D op de loer liggen? Kan er niet een kleine advertentie af? Bakkeleien in een Berlijnse bios verscheen toch tijdens de Kinderboekenweek? Of zijn alle lezers van Bob zo fanatiek dat ze het boek toch wel weten te vinden?