bobevers.nl
Sinds 1997
 
Home
Home.
De avonturen van Jan, Bob en Arie.
Nieuws.
Meest recente wijzigingen.

Overige
Zoek een echte Bob Evers
De Bob Evers-community op Facebook
Boeken & stripalbums
Geschiedenis
Titels van de leesboeken
Titels van de stripalbums
Recensies
Boeken óver de serie
Omslagafbeeldingen
Rubriek Fans
Bijeenkomsten...
Sites | Doorzoek sites
Mailinglist
Nieuwsbrief
Encyclopedie
Veldonderzoek
Monumenten
Bob Evers-boeken verzamelen
Het Bob Evers-genootschap
Je bent hier:
 

Recensie


47
PETER DE ZWAAN
ARIE ROOS ALS RESERVE-ACTEUR

Bob Evers (weer) op een raderboot

Door Kolonel Koops

Opeens zit de serie in een andere kaft. Deel 47 heeft een ander formaat en mist de vertrouwde kleuren geel en oranje-rood (behalve op de rug van het boek).

We hebben te maken met een los verhaal op Amerikaans grondgebied, maar er wordt wel aangehaakt aan het vorige avontuur (dat ook een los verhaal was): een persoon uit B.46, de transporteur Baudrieux, geeft aan het einde van het boek een opdracht die zal leiden tot B.48, over een jaar. Slimme rode draad van Peter de Zwaan. Met elk boek/avontuur gaan nu niet meer dan een paar dagen verloren. De bijna-volwassen jongens vechten tegen de (vertelde) tijd (en de schrijver kan zijn Amerikaanse reizen geheel benutten).

Ik zal in deze recensie geen samenvatting of beschrijving geven maar alleen een paar algemene opmerkingen maken. Er is sterke drank in het spel, maar nog steeds spelen vrouwen geen rol (het inpalmen door de charmes van zekere Jane tel ik niet mee). Er is opvallend vaak sprake van w.c.-bezoek. Er wordt opvallend veel "cola" gedronken, een woord dat zonder hoofdletter en zonder merk altijd een vreemde indruk op mij maakt. De jongens bedienen zich van allerlei moderne apparatuur, maar nog steeds niet van GSM-telefoons (of de pendant daarvan in de Amerikaanse netwerktechnologie): de mobiele telefoon introduceren in de Bob Evers-serie zou de dood in de pot zijn. Een belangrijk onderdeel van eik verhaal zijn de misverstanden, het elkaar kwijtraken, en de briefjes en slimme trucs die nodig zijn om te hergroeperen. Denk aan alle ingewikkelde telefoontjes naar tankstations die gangster Johnny Dalmonte's nachts moest plaatsen in Wilde sport om een nummerbord (B.23). Dit is een zeer realistisch ingrediënt van de oude meester Willy van der Heide: bij militaire operaties, van Caesar tot Napoleon tot Norman Schwarzkopf - alles staat en valt altijd met verbindingen. (Overigens zou je natuurlijk best een verhaal kunnen verzinnen rond mobiele telefoons: de dingen worden afgepakt, raken verloren, komen in verkeerde handen, werken niet in een bepaald gebied, etc. Maar dat is dan eenmalig en in de volgende verhalen kom je er niet meer van af.)

(Terzijde. Jan Prins zit op zijn hotelkamer "te internetten". Het boek noemt alleen de e-mails die hij aan vaders Roos, Prins en Evers heeft gestuurd en van hen heeft ontvangen. Later blijkt uit de hotelrekening dat hij ruim negen uur bezig is geweest. Negen uur! Dat is een lange werkdag. Negen uur voor een paar e-mails? Noem dan tenminste dat hij uitgebreid de - gratis! - website van de Brittanica heeft bezocht.)

Onder de fans woedt al jaren een strijd om uit te vinden waar Peter de Zwaan het halverwege een van de delen heeft overgenomen van Willy van der Heide. Zonder uitgebreid onderzoek geloof ik dat de stijl van De Zwaan nu beter te herkennen valt dan vroeger. Opvallend zijn de variaties op staande uitdrukkingen: "Maar nu avontuur ik me toch mijn bed in". "Als de heren zijn uitgeschimpscheut". "Heel prima ( ... ). Opperprima." De volgende passage is ook "typisch" en wordt ingeleid door het werkwoord "opjutten": '"Wij hebben niets gejut,'zei Arie geschrokken. 'Wij jutten niet,'zei Bob met volle mond. 'Wij zijn sterk anti-jut."'

Verder zijn de verhalen van Peter de Zwaan zo langzamerhand wat zwaarder aan het worden en krijgen zij meer en meer een dreigend en luguber complotkarakter. Het hele mysterie waarom Arie "Rose" reserve-acteur wordt, blijft het hete boek lang een thrillerachtig mysterie. Bij Van der Heide was toch meer sprake van kleine, aaneengeregen avontuurtjes met slapstickeigenschappen. De korte(re) scènes van vroeger waren vaak zo kleurrijk en "apart" dat ze gemakkelijk in het geheugen verankerd raakten. De verhalen van De Zwaan zijn spannend, tegen het angstaanjagende aan, maar laten zich slecht samenvatten en navertellen: er valt voor de jongens niet iets op te lossen en aan het licht te brengen.

Deze ontwikkeling in stijl en verteltrant zal niet iedere Bob Evers-lezer bevallen, maar het is wel gezond dat er groei en verandering is.


Recensies van andere delen van de Bob Evers-serie.