bobevers.nl
Sinds 1997
 
Home
Home.
De avonturen van Jan, Bob en Arie.
Nieuws.
Meest recente wijzigingen.

Overige
Zoek een echte Bob Evers
De Bob Evers-community op Facebook
Boeken & stripalbums
Geschiedenis
Titels van de leesboeken
Titels van de stripalbums
Recensies
Boeken óver de serie
Omslagafbeeldingen
Rubriek Fans
Bijeenkomsten...
Sites | Doorzoek sites
Mailinglist
Nieuwsbrief
Encyclopedie
Veldonderzoek
Monumenten
Bob Evers-boeken verzamelen
Het Bob Evers-genootschap
Je bent hier:
 

Recensie


44
PETER DE ZWAAN
RAADSELRELLEN ROND EEN RONDREIS

Bob Evers maakt pas op de plaats in de U.S.

Door Kolonel Koops

Deel 44, Raadselrellen rond een rondreis, is het vervolg op Bizarre klussen met vakantiebussen, waarin het Amerikaanse touringcaravontuur begon. Het raadsel is nog niet afgewikkeld, en Listige loeren in Las Vegas wordt als vervolg aangekondigd. Onze drie helden rijden van hot naar her in een gehuurde Ford Encoline, een Chrysler LeBaron, een Ford Taurus en op een ontvreemde Honda XL 250 cc-motor; een gehuurde Volkswagen Rabbit blijft het hele boek lang op een parkeerterrein staan. Actie genoeg zou je op het eerste gezicht zeggen.

Als dit weer het middendeel van een drieluik is - Peter de Zwaan heeft aangekondigd dat de jongens nog een tijdje in de Verenigde Staten blijven, maar een vier- of vijfluik zal hij er toch niet van willen maken -- doet zich een bekend euvel voor. In mijn recensie van deel 41, het middendeel van het Oost-Duitse motorblokkenavontuur, schreef ik dat de drie jongens pas op de plaats maken en niet veel verder komen. Ook toen was het openingsdeel wet dynamisch, net als het slotdeel, maar het midden niet. Hoe komt dat?

In dit deel wordt geen belangwekkende nieuwe persoon geïntroduceerd, ook al een veeg teken: iedereen die een rol van betekenis spoelt kennen we al. En, vooraf, de jongens komen niet veel verder in hun opdracht en lijken zich daar niet bijzonder druk om te maken. "Geen spat" (blz. 107) schieten ze op. En op blzz. 109-111 gaat Jan in een foyer zitten, lopen, naar buiten, en terug naar de foyer. Waarom zoveel nadrukkelijke beweging zonder resultaat? De wetmatigheid is toch vanouds dat de jongens òf succes boeken, òf tegenslag hebben? Of, volgens een bekende literatuurwet: er mag geen mus van het dak vallen zonder bedoeling.

De jongens lijken niet fanatiek en maken geen haast. Waarom, bijvoorbeeld, blijven Bob en Arie allebei hangen bij de picket fine voor de jubilerende garage Pete's Palace als ze wachten op Holden? Om een knokpartijtje mee te maken? Omdat ze een koele plek gevonden hebben? Dat kan niet waar zijn bij deze inmiddels ervaren crime fighters. Waarom gaat niet één van hen het UST-gebouw verkennen?

Dan de pluspunten. In het begin zoekt Bob een stuk draad. "Hij scharrelde rond op een open plek (...) en zag ( ... )" waarna een mooie beschrijving volgt van wat Bob allemaal aan nutteloze troep vindt. Het is in de Willy van der Heide-traditie essentieel dat dit allemaal opgesomd wordt. De scènes rond bovengenoemde autogarage met dovende verlichting en met veel rumoer en herrie deden mij af en toe denken aan de nachtelijke scènes rond het circus in Drie jongens als circusdetective, deze passage is sfeervol. Het mechanisme rond de werkstaking wordt door Bob, de Amerikaan, op een voor een jongensboek aardige manier uitgelegd, net als trouwens de concurrentie tussen twee busmaatschappijen (het enige aan tussen-ontknoping wat de jongens aan het eind van het boek weten te oogsten). Van het Amerikaanse ontslagrecht worden de jongens zelf de dupe. En de vraatzucht van Arie speelt ditmaal een zeer originele rol (en biedt de gelegenheid Jan en Bob iets beter uit de verf te laten komen). Er worden uitgekookte telefoongesprekken gevoerd.

De schrijver, Peter de Zwaan, heeft bij meer dan één gelegenheid kritische woorden gesproken tot "De fans". Uw recensent is natuurlijk ook een fan, maar hier in de eerste plaats recensent. Jan Prins loopt in dit boek rond met een credit card. Daarmee neemt hij, door de nood gedwongen, bij een bank contant geld op. Weet Jan niet dat dit een relatief dure service is van een credit card, nog duurder dan ermee pinnen? Kan Jan daarover niet wat meer klagen en mopperen? (Trouwens, als je de jongens nu een credit card geeft willen ze volgende keer een cellular phone.) De episode waarin Jan te maken heeft met de twee niet al te frisse Amerikaanse broers die hem vinden in een blokhut is vreemd. Deze jongens zijn, zo te lezen, hillbillies of rednecks (andere woorden: white trash of trafier park trash) en worden "levensgevaarlijk" genoemd: wie Amerika een beetje kent loopt het dun door de broek, maar Jan doet nogal luchtig en ontspannen. Jan is ook vrij zelfverzekerd en vrijmoedig ten opzichte van zijn ontvoerder, en we weten uit de film hoe het kan aflopen als je bent vastgebonden in iemands camper. Ligt het aan Jan, of zijn de boeven niet eng genoeg?

Het bovenstaande bevat kritiek, zeker, en ik heb geprobeerd niet te muggeziften. Zo zal ik niet opmerken dat het woord "gall" (girl) in het liedje "I found my gall in Kalamazoo" met één "l" moet worden, gespeld- Maar, laat ons niet vergeten te constateren dat je ook dit boekje weer in één ruk uitleest en dat je nooit het idee hebt dat dit géén Bob Evers is: complimenten die het bovenstaande reduceren tot gepruttel in de marge.


Recensies van andere delen van de Bob Evers-serie.