bobevers.nl
Sinds 1997
 
Home
Home.
De avonturen van Jan, Bob en Arie.
Nieuws.
Meest recente wijzigingen.

Overige
Zoek een echte Bob Evers
De Bob Evers-community op Facebook
Boeken & stripalbums
Geschiedenis
Titels van de leesboeken
Titels van de stripalbums
Recensies
Boeken óver de serie
Omslagafbeeldingen
Rubriek Fans
Bijeenkomsten...
Sites | Doorzoek sites
Mailinglist
Nieuwsbrief
Encyclopedie
Veldonderzoek
Monumenten
Bob Evers-boeken verzamelen
Het Bob Evers-genootschap
Je bent hier:
 

Recensie


42
PETER DE ZWAAN
DE STRIPMAN VAN SŁUBICE

Bob Evers naar Poolse bazaar

Door Kolonel Koops

Wat is de zomer toch een mooie tijd! Eerst valt de nieuwe Bob Evers Nieuwsbrief op de mat. Dan krijg je Wimbledon en de Tour de France. De derde Batman-film komt uit. En als de herfst inzet verschijnt het jaarlijkse avontuur van onze held Bob. Met deel 42, De Stripman van Slubice, rondt Peter de Zwaan de motorblokkentrilogie af. De ontknoping bevalt mij, net als de aanzet (B 40), goed. De drie jongens houden opruiming en zijn inventief.

We beginnen in Berlijn, rijden naar Frankfurt an der Oder en komen natuurlijk in het Poolse stadje aan de overkant van die Oder, Slubice. Arie Roos maakt nog, goed voorzien van proviand, een dagexcursie naar het Poolse platteland. De acties vertonen een mooie afwisseling van solo-optredens en duo's en trio's: ik telde maar liefst 37 scènewisselingen (sommige met tijdsoverlapping). Maar er is gelukkig ook veel overleg (in pension- en hotelkamers). Die operationele briefings acht ik essentieel voor het typische Bob Evers-optreden. En er is het motief van de Duitse en Poolse telefoonnummers, een onderwerp van alledaagse techniek dat niet in elke jongensboekenserie wordt behandeld.Rond pagina 130 krijgt de lezer de sterkste passage van het boek. In een gecompliceerde maar toch heldere actie traceren de drie jongens een verdachte trampassagier die ze, met twee auto's, één in Duitsland en één in Polen, weten te volgen. Daarbij geeft Peter de Zwaan een sfeervolle beschrijving van het gedoe bij de grens over de Oder en, aansluitend, de vale armoe van een Poolse bazar, waarheen Duitsers sjokken «beladen met tassen en zakken". De zogenaamde zwarte markt in Beverwijk is hierbij een toonbeeld van vreugde.

In De Stripman komt Jan Prins het beste uit de verf. Hij is druk bezig met verzekeringsgeld en met dynamosteunen, wordt impliciet van pedofilie beschuldigd en moet uren in een (soms lege) Duitse tram doorbrengen. Kortom, prachtige zweterige en met mislukken bedreigde Jan Prins-acties! (Overigens, leest Jan Prins nog wel eens in een encyclopedie? Volgens pagina 125 ontleent hij nu zijn kennis aan kranten en aan de radio.)

Tot slot dit. Er is mij wel verweten dat ik in eerdere recensies te volwassen criteria aanlegde voor deze jongensboeken. Ik meende en meen oprecht dat de Bob Eversserie zich, net als sommige werken van Shakespeare, op minstens twee niveaus laat lezen. Maar goed, ik zal me beperken tot één "volwassen" opmerking. De titel bevalt me niet helemaal. Van tijd tot tijd hoort een geografische aanduiding op te duiken in een Bob Evers-titel, maar Slubice is een "moeilijk" woord. Bovendien schrijf je: SLubice. Klemtoon op de 'i'. Tot over een jaar.


Recensies van andere delen van de Bob Evers-serie.