De Bob Evers-serie:
De avonturen van Jan Prins, Bob Evers en Arie Roos.
Feuilletons, boeken en stripalbums.

Boeken

Recensies: 63 | 64 |65

 

Recensie bij "Bliksemacties bij de Buurserbeek"

Starnakelse stennis met Tukkerse Tokkies

Door Schout-bij-kunstlicht Spook

Nou, dát doen we dus nooit meer, hè? Door omstandigheden lagen de twee nieuwe Bob Evers-delen drie lange weken weliswaar uitgepakt, maar toch ongelezen op de keukentafel. In de tussentijd ben ik eens gaan grasduinen op het veelbesproken Facebook. Wist u dat op dat forum een heuse Bob Evers-groep bestaat? Stomme vraag, natuurlijk wisten jullie dat, want jullie zijn de fans, dus jullie weten dat; maar voor mij was het nieuw, ook al noem ik mij sinds jaar en dag een fan. Hoe dan ook, je hoeft niet eens lid te worden van die groep om toch alle berichten te lezen. En die berichten stemden mij niet bepaald hoopvol ten aanzien van deel 64. Dat bedoelde ik hierboven dus, toen ik deze recensie begon met „dát doe we dus nooit meer, hè?” Ik wil altijd graag mijn eigen oordeel vormen en al helemaal als het gaat om mijn geliefde Bob Evers-serie.

Maar onwillekeurig laat je je oren toch hangen naar de meningen van anderen: toen ik het boek eind april voor het eerst las, vond ik er – ongetwijfeld door deze massale beïnvloeding – helemaal niets aan, waarschijnlijk omdat er weinig verplaatsingen waren: het hele verhaal speelt zich af in Buurse. Maar dat zou wis en waarachtig tekort doen aan het boek, dus ik heb het boek daarna nog twee keer gelezen en ik ontdekte er voldoende pareltjes in om ook dit deel tot een echt Bob Evers-boek te maken! Sterker nog: ik liet het boek aan mijn oudste kleindochter lezen en haar schitterende oogjes zeiden mij genoeg: „Bliksemacties bij de Buurserbeek” kan wel eens een klassieker worden. Unheimische (het verhaal speelt zich dicht bij de Duitse grens af, dus zo’n Duitse term misstaat niet, vind ik) figuren proberen te verjagen met behulp van het geluid van een cd, geweldig! Het is dat ik uit betrouwbare bron weet dat ditzelfde al eens met succes is gedaan in en om een studentenflat in een bekende Nederlandse studentenstad, waar een Chinese student blijkbaar niet erg gecharmeerd was van de muziek die wij in die wilde jaren ‘60 en ‘70 mooi vonden en zijn hele hifi-installatie tevoorschijn haalde plus een handvol langspeelplaten met opera’s van Richard Wagner, anders zou ik niet hebben geloofd dat dergelijke stunts effect hebben. „Die Walküre” won het indertijd altijd, ook van de drumsolo van „In-a-gadda-da-vida”; wat dat betreft, kon deze Chinees aardig concurreren met de gemiddelde kunstmagneet, al had hij – helaas voor ons – geen hifi-kelder.

Jan en Bob lukt het echter niet; je zou enigszins verwachten dat deze twee ezels zich geen tweemaal aan dezelfde steen konden stoten: ze drukken het ditmaal niet met zoveel woorden uit, maar na de twee Nieuwendijknozems uit „Een vliegtuigsmokkel met verrassingen” onderschatten ze ook deze Tukkerse tokkies, die nauwelijks fatsoenlijk Nederlands praten. Het gescharrel van onze twee avonturiers onder de zomerhut doen heel sterk denken aan de situatie in „Schermutselingen bij een zandafgraving”, al had je daar, in het oude Oost-Duitsland, tenminste nog cd’s van Chuck Berry en Creedence Clearwater Revival. Hier hebben ze de beschikking over een cd met donder- en bliksemgeluiden, die half Twente in rep en roer brengt, maar de zelfverklaarde tegenstanders niet.

En daar hebben we meteen het enige zwakke punt in het boek te pakken: als de Tukkerse tokkies met onoorbare zaakjes bezig zijn, waarom trekken ze dan zo de aandacht van Jan en Bob door „hun” vakantiehuisje met eieren te bestoken?

Aan het begin van het boek is Arie in opdracht van zijn vader in België; dat klinkt wel heel erg naar de „ernst des levens” waar Jan het – ook alweer in „Een vliegtuigsmokkel met verrassingen” – over heeft. Het zal binnenkort toch niet allemaal afgelopen zijn met de avonturen van ons drietal omdat hun vaders hen rücksichtslos aan het werk zetten? Laten we hopen van niet. Voorlopig is het nog niet zo ver, want gelukkig kan Arie zich losrukken van zijn Belgische bezigheden en naar Buurse komen om daar een typische Roos-stunt uit te halen: hij koopt een e-bike, maar komt er al snel achter dat het ding loodzwaar is en eigenlijk meer last dan gemak oplevert. De vooruitgang zit niet altijd mee! Elke Bob Evers-lezer herinnert zich ongetwijfeld nog de eerste aarzelende kennismaking van ons trio met de mobiele telefoon in „Grof geschut op Schateiland”; misschien gaan Jan, Bob en Arie het nut van een e-bike nog eens ooit inzien als ze net zo oud zijn als ze op grond van de verschijningsdatum van hun eerste avontuur eigenlijk hadden moeten zijn. Eerder beslist niet. Maar om zijn rode haar te verbergen koopt onze sproetenkoning – mag die term nog wel? – iets wat je alleen van een Arie Roos kunt verwachten: een helm die sterk doet denken aan het model helm dat een andere bekende Nederlandse roodharige ooit droeg in de videoclip van een carnavalshit.

Ik noemde „Grof geschut op Schateiland” al: dat deel is meteen gezakt naar de derde plaats van Bob Evers-delen waarin het minste aantal kilometers wordt afgelegd. „Bliksemacties bij de Buurserbeek” komt met stip binnen op nummer twee: het is dat Arie zijn e-bike en helm in Enschede aanschaft, anders had er zelfs een eerste plaats in gezeten. Die eer blijft nu voorbehouden aan „Bombarie om een bunker”, waarmee maar weer eens bewezen wordt dat spannende boeken niet unbedingt iets te maken hebben met grootschalige verplaatsingen, al denken wij altijd dat die noodzakelijk zijn voor spannende acties!

Met dat al mag ik concluderen dat ook deel 64 van Bob Evers een zeer lezenswaardig en grappig boek is. Een goede raad voor anderen: lees het boek en laat je niet op het verkeerde been zetten door fans die teleurgesteld zijn in het feit dat er geen duizenden kilometers worden afgelegd en dat Jan, Bob en Arie soms andere dingen doen dan de fans van hen verwachten!

Peter de Zwaan, „Bliksemacties bij de Buurserbeek”, Uitgeverij Zwarte Zwaan, 2020. ISBN: 9789082661279.