De Bob Evers-serie:
De avonturen van Jan Prins, Bob Evers en Arie Roos.
Feuilletons, boeken en stripalbums.

> Boeken | 62 | 63 | 64  

"

Recensie bij "Deining rond een drafbaan

Frappante fratsen in Fryslân

Door Schout-bij-kunstlicht Spook

Gelukkig hoeven we niet al te lang bij deze cliffhanger stil te staan. Wat is het toch heerlijk dat de schepper van de moderne avonturen van Jan, Bob en Arie tegenwoordig een tempo aanhoudt van twee à drie delen per jaar, zodat wij meteen door kunnen lezen!

Het verhaal begint op een oeroude locatie, bij de fans al bekend sinds 1954: Jan, Bob en Arie logeren in Grand Hotel Gooiland in Hilversum, een hotel dat sinds „Klopjacht op eenkapitein” zo’n mooi rood-geel bordje Bob Evers-Monument zou verdienen, ware het niet dat dergelijke eerder geplaatste bordjes na korte tijd zonder uitzondering spoorloos verdwenen zijn. Baldadigheid? Is het verboden om dergelijke bordjes op te hangen? Of zijn er soms snode Bob Evers-souvenirjagers op pad? We zullen het antwoord op deze vragen wel nooit krijgen, dus terug naar „Deining rond een drafbaan”: Gooiland, Hilversum, dus.

Omdat Bobs ideetje om zijn in „Het preppaleis van de Holenman” gehuurde en in „De gouden greep van tante Ginny” door Paul Muhler teruggebrachte Land Rover niet opgaat, is hij gedwongen naar Nagele in de Noordoostpolder te rijden, waar de auto total loss staat. Voor het eerst, maar zeker niet voor het laatst in de serie wordt het probleem van onverstaanbare Nederlandse dialecten aangesneden: van het allereerste deel af aan is Bob soms perfect in staat om Algemeen Beschaafd Nederlands te verstaan, maar soms ook niet. Dat een klein land als Nederland echter naast de standaardtaal ook nog eens over een serie onverstaanbare dialecten blijkt te beschikken is nieuw voor hem. Bob ziet er een poging in om Nederland groter te laten lijken dan het in werkelijkheid is. Bob wordt in Nagele ook voor het eerst slachtoffer van pure xenofobie, omdat enkele inwoners van dat dorp een hekel blijken te hebben aan Amerikanen.

Arie begeeft zich naar een stuk land dat ten tijde van de eerste 32 Bob Evers-delen nog niet eens bestond: Flevoland. Veel verder dan een industriegebied in Lelystad en (later nog)de Stripheldenbuurt van Almere komt hij echter nietin dat nieuwe land; of het zou de autosnelweg naar het noorden moeten zijn. In dit deel gaat Jan naar tante Ginny in Aerdenhout en hij –uitgerekend de zuinigste van het trio –mag haar Subaru lenen. Alle drie komen zij uiteindelijk uit in Fryslân, waar twee broers de kaduke Land Rover op hun boerderij ten westen van De Lemmer hebben gestald,bewaakt door een zwerm ganzen. Terwijl Arie de ganzen op geheel eigen wijze bezighoudt, ontdekken Jan en Bob dat Helena’s opschrijfboekje ooit in de Land Rover heeft gelegen, maar nu spoorloos is verdwenen.

In ieder geval weet Arie nu het adres van Paul Muhler en hij spoedt zich opnieuw naar Flevoland waar hij getuige wordt van de ronduit sadistische onder-vragingstactiek van Helena ten Holt. Maar dan ooit dringt zich de vraag op aan welke kant zij nou eigenlijk staat. Jan en Bob achtervolgen Helena’s onderhuurster, Tilly Soet vanaf Kuinre dwars door it Fryske lân. Opvallend is dat dit deel tot nu toe het enige is dat in Fryslân speelt, maar dat er in dat ene deel meer Frysk wordt gesproken dan in alle delen van De Kameleon bij elkaar, die toch allemaal in deze provincie spelen. Uiteindelijk komen Jan en Bob terecht bij de drafbaan in Wolvegea; gaandeweg wordt eindelijk duidelijk wat Tilly’s rol in het geheel is: zij wil Helena’s notitieboekje verkopen aan Freek Oltman. Na de nodige deining –niet alleen rónd de plaatselijkedrafbaan, maar ook eróp –slagen Jan, Bob en Arie er echter (natuurlijk!) in om het boekje te bemachtigen en te overhandigen aan Helena’s opdrachtgever. En nu blijkt ook eindelijk aan welke kant Helena ten Holt al die tijd stond: zij had van Adrie Schimmel, directeur van LandS, de opdracht gekregen om Freek Oltman in de gaten te houden en zo mogelijk te ontmaskeren, maar tijdens het schaduwen van Oltman besloot zij om LandS te verlaten en voor eigen rekening te gaan werken. Zij blijkt dus al die tijd min of meer aan de „goede” kant te hebben gestaan, maar dan wel op haar eigen manier.

Al met al wederom een zeer lezenswaardig boek van Peter de Zwaan, dat de drie jongens eindelijk naar Fryslân voert, dus misschien wel het leukste deel van Peter!